Project
Windpark N33
Het Windpark N33 bestaat uit 35 windturbines met ieder een vermogen van 4,3 MW. Het windpark wordt gevormd door twee deelparken:
- Windpark Eekerpolder (RWE), 15 windturbines
- Windpark Vermeer (Eurus Energy), 20 windturbines
Het gaat om 27 windturbines in het noordelijke deelgebied (RWE/Eurus Energy), 4 windturbines in het middelste deelgebied (Eurus Energy) en 4 windturbines in het zuidelijke deelgebied (Eurus Energy).

Opstelling
De windturbines in het middelste en zuidelijke deelgebied zijn opgesteld in een rij van 4 windturbines naast elkaar en de windturbines in het noordelijke deelgebied zijn in een zo consistent mogelijke lijn van 5 bij 5 windturbines opgesteld plus een lijn van drie windturbines. Het gaat om een bewuste opstelling die bepaalde voordelen biedt. Uit de conclusies van de Milieu Effect Rapportage komen de volgende argumenten voor deze opstelling naar voren:
- De maximale geluidbelasting op de omgeving is beperkter door grotere afstanden tot woningen en/of minder windturbines in de eerste opstellingslijn van het noordelijk gebied. De geluidbelasting is verspreid over de drie deelgebieden. Door de relatief grote afstand tot woningen wordt voldaan aan de norm van 47 Lden.
- De slagschaduwbelasting op de omgeving is beperkter door grotere afstanden tot woningen en/of minder windturbines in de eerste rijturbines van het noordelijk gebied. De schaduwbelasting is verspreid over de drie deelgebieden.
- Voor het aspect landschap en cultuurhistorie zijn de belangrijkste effecten dat een grootschalig windpark zal worden gerealiseerd in onbebouwd gebied.
- Doordat er rekening gehouden is met afstanden tot buisleidingen, gevoelige objecten en hoogspanningsleidingen en andere infrastructuren en installaties, voldoet het voor het aspect externe veiligheid beter aan de normen dan andere varianten.
Waarom Windpark N33
Windenergie op land is een belangrijke manier voor het op grote schaal opwekken van duurzame energie. In drie Groningse provinciale omgevingsplannen (2000, 2006 en 2009), de provinciale herziene Ontwerp Omgevingsvisie 2016-2020 (december 2015) en de Structuurvisie Windenergie op Land (SWOL, maart 2014) is het gebied van Windpark N33 aangewezen voor grootschalige windenergie. Het gebied is onder meer aangewezen op grond van de ligging nabij industrie en infrastructuur en de windcondities ter plaatse. Dit is voor de initiatiefnemers van Windpark N33 de basis geweest om op deze locatie een windpark met een gepland opgesteld vermogen van meer dan 100 megawatt (MW) te ontwikkelen.
Impact op de omgeving
In de milieueffectrapportage (MER) van Windpark N33 zijn de effecten van het windpark onderzocht. De windturbines blijven overal onder de Nederlandse geluidsnorm. De Nederlandse geluidsnorm is bedoeld om burgers te beschermen tegen geluidsoverlast en slapeloosheid, maar het is geen absolute grens. Het geluidsniveau is objectief vast te stellen in decibels. Geluidshinder is echter veel moeilijker te registeren: wat voor de ene persoon hinderlijk is, merkt de andere niet of nauwelijks iets op. Slagschaduw van windturbines zou leiden tot ernstige concentratieproblemen, het is namelijk bekend dat het onrustig is voor mensen om in flikkerend licht te zitten. Volgens de effectnorm voor windturbines mag je daarom slechts een bepaald deel van de dag aan flikkerend licht worden blootgesteld: maximaal op 17 dagen per jaar en niet meer dan gemiddeld 21 minuten per dag. Windpark N33 heeft deze norm verder aangescherpt om de overlast zo veel mogelijk te beperken: mensen mogen niet meer dan in totaal 6 uur per gemiddeld jaar last hebben van slagschaduw.
Zichtbaarheid
In verband met de veiligheid van laagvliegend vliegverkeer zijn de turbines uitgerust met vast brandende, rode topverlichting. De lampen zijn uitgerust met sensoren die de waterdeeltjes in de lucht meten en daarop kunnen reageren. Bij helder weer gaat de intensiteit omlaag. Hierbij zijn ook naderingsdetectiesystemen geïnstalleerd. Dit systeem schakelt de rode verlichting 's nachts alleen in als een vliegtuig of ander luchtvaartuig dicht bij de windturbine is. Daardoor is de verlichting minder aan dan bij de meeste andere windparken in Nederland. Ook dit zorgt voor verminderde overlast. Overdag is nog altijd witte knipperverlichting verplicht, maar dit is bij een normale, heldere dag moeilijk waar te nemen en leidt in de praktijk niet of zeer zelden tot hinder. Naast deze 2 verlichtingssoorten hebben de turbines mastverlichting. Dit is een extra verplichting voor turbines met een hoogte van maximaal 200 meter. Ongeveer halverwege de mast zitten rode lampen die ‘s nachts rondom uitstralen. Deze lampen hebben een lage intensiteit en zijn nodig voor het vliegverkeer als aanvulling op de topverlichting. Ook voor deze verlichting geldt dat deze 's nachts alleen aangaat als een vliegtuig of ander luchtvaartuig in de buurt van de windmolens wordt gedetecteerd.
